Ga naar de inhoud

Eerst dit. Mocht je beslissen maar één artikel over het spoor te lezen, laat het dan het verhaal van Prosper De Bruyn zijn. Dat levensverhaal plaatst alles in het juiste perspectief van wat een carrière uiteindelijk betekent. Lees dát stuk, en laat dit desnoods links liggen.

Het is intussen ruimschoots bekend dat ik ermee stop. Mijn loopbaan bij het spoor en binnen het syndicaat komt tot een einde. Vroeger dan ik had gepland, maar er zijn momenten in het leven waarop je beseft dat er meer is dan een carrière of een professionele verantwoordelijkheid die – laat ons eerlijk zijn – je identiteit al te vaak mee vormgeeft.

Onze persoonlijkheid wordt uiteindelijk niet bepaald door functies of titels, maar door de verantwoordelijkheid die we opnemen voor de mensen die ons het dierbaarst zijn. Die verantwoordelijkheid neem ik vandaag meer dan ooit op. Niet alleen voor mijn echtgenote, die ongeneeslijk ziek is, maar ook voor mezelf.

Ik heb lang geworsteld met de beslissing die ik uiteindelijk heb genomen. Mijn vrouw heeft me meer dan eens gezegd om het níét te doen, maar in deze job moet je tweehonderd procent aanwezig zijn. Dat kan ik in deze omstandigheden niet meer – maar nog belangrijker: ik wíl het niet meer. Kiezen tussen een professionele en een persoonlijke verantwoordelijkheid is een keuze die eigenlijk niemand zou moeten moeten maken.

En ja, ik geef het grif toe: ik bevind me in de bevoorrechte positie dat ik mijn pensioen kán nemen. Die mogelijkheid maakt de keuze niet minder zwaar, maar wel een keuze die ik in eer en geweten kan nemen.

We komen allebei uit een spoorweggezin. Mijn vader, haar ouders: het spoor zat bij ons thuis letterlijk tussen de soep en de patatten. We hebben het samen leren kennen, stap voor stap, in dezelfde filière. En zelfs letterlijk zij aan zij, toen we als controleurs in de Leuvense antifraudebrigade dezelfde treinen doorkruisten. Later leidde zij nieuwe treinbegeleiders op – mensen die vervolgens bij mij terechtkwamen toen ik verantwoordelijk werd voor verschillende depots. Een mooie wisselwerking die ons altijd is blijven verbinden. De spoorwegen verbinden mensen. Bij ons werd dat heel letterlijk. Al 26 jaar.

Tot vandaag herkennen collega’s haar spontaan wanneer we samen de trein nemen: “Dat was mijn instructeur. Zeer veeleisend tijdens de opleiding en op het examen, wat ik nu meer dan ooit weet te waarderen. Ik voel me zelfzeker in mijn job!” Ik probeer me op dat moment dan ook relevant te maken door een syndicale vraag te stellen… met wisselend succes. Maar dit terzijde.

Samen hebben we veel te danken aan de Belgische Spoorwegen. Hét rode spoor in ons leven. We hebben ons kunnen ontwikkelen, groeien en ontplooien in ons werk. We hebben ons evenwel ook vaak geërgerd aan beleidsbeslissingen die ingingen tegen het operationeel denken op het terrein, tegen wat mensen met ervaring elke dag zien en voelen. Maar zelfs dat krijgt ondertussen een ander perspectief.

De vakbond heeft mij persoonlijk meer dan ooit het échte spoorweggevoel gegeven. Professioneel was mijn wereld vooral die van de treinbegeleiding, maar syndicaal ontdekte ik het spoor in al zijn facetten: de veelzijdigheid van alle beroepscategorieën, de eenheid op het terrein – én daarbuiten – ondanks de operationele opsplitsing van het bedrijf. De vakbond houdt het spoor samen. Punt.

Het is een eer geweest daarvan deel te mogen uitmaken. Want uiteindelijk zijn het de leden en de militanten die de vakbond dragen en vormgeven. Prosper zou het zonder twijfel beamen.

Net als Carine, mijn lieve vrouw.

Günther Blauwens