Ga naar de inhoud

Heb je ook dat gevoel dat de perceptie leeft dat enkel ondernemers voor welvaart zorgen en onze samenleving vormgeven? Dat de beeldvorming rond ambtenaren – en bij uitbreiding het spoorwegpersoneel – nog altijd lijkt op een doorsnee aflevering van De Collega’s, met Jomme Dockx als karikatuur van de ambtenaar die werkt met een kaartenbak en vooral de minuten aftelt aan de prikklok? Wel, ik heb dat gevoel ook. En eerlijk: ik ben het grondig beu. Daarom deze stelling: het spoorwegpersoneel onderneemt elke dag. En dat geldt niet alleen voor ons, maar voor het volledige ambtenarenkorps.

Ondernemerschap in de praktijk

Eerlijk? Ik zie een doorsnee ondernemer die in zijn vrije tijd een voetbalclub probeert te runnen, of een professor arbeidseconomie die voor een krant ook nog eens biefstuk met frieten recenseert, níét om twee uur ’s nachts opstaan om het werkende volk veilig van en naar het werk te brengen. Dat betekent bovendien dat er de avond voordien geen glas te veel mag worden gedronken. Die verantwoordelijkheid als rijdend personeel reikt verder dan de job: ze bepaalt ook je persoonlijke leven. Geen netwerkrecepties bij VOKA, maar discipline en inzet – elke dag opnieuw.

Het personeel in de seinzaal weet ook dat een uitbundig feestje de avond voordien onverenigbaar is met een job die maximale focus en concentratie vraagt. De baanploegen trekken er elke dag op uit, ongeacht regen of sneeuw. Geen knus kantoor met koffiehoek en comfortabel toilet voor hen. De expertise van onze techniekers – in materieel en infrastructuur – is uniek en onvervangbaar. En al die uiteenlopende specialiteiten worden vervolgens gecoördineerd door HR- en planningdiensten die een complexiteit beheersen waarvoor men in de privé vaak terugschrikt.

Deze mensen ondernemen elke dag in de praktijk: ze nemen initiatief, dragen verantwoordelijkheid, beheersen risico’s en vinden oplossingen. Zonder hun dagelijkse inzet valt de hele spoororganisatie stil. En dat in een onwerkbare, driedelige spoorstructuur. Opvallende vaststelling: de kranten staan vol met problemen bij het spoor, maar in de kwaliteitsbarometers die bij reizigers worden afgenomen, blijft het personeel hoog scoren.

Geheugenverlies over solidariteit: het volk draagt de crisissen, de winsten gaan naar wie het volk miskent

Het lijkt wel alsof de covidperiode door bepaalde politieke strekkingen uit het collectieve geheugen werd gewist. Terwijl zorgpersoneel en operationele openbare diensten het land overeind hielden tijdens een van de grootste naoorlogse crisissen, werden ondernemers in de privésector – inclusief multinationals en multimiljonairs – overladen met financiële steun om te overleven. Het spoorwegpersoneel verzekerde ondertussen een treindienst van nationaal belang, zodat essentiële sectoren konden blijven draaien. Sindsdien zijn we van applaus naar besparingen gegaan.

En laten we niet vergeten: de financiële crisis en de opgelegde indexsprongen – die we collectief nog altijd afbetalen en die een blijvend effect hebben op ons loon en pensioen – waren rechtstreeks het gevolg van een winsthonger die bij “ondernemers” niet te stillen bleek, dezelfde ondernemers die zich afkeren van sociale correcties en publieke diensten. Ook dat stukje geschiedenis lijkt handig te zijn verdrongen. Ondernemerslobby’s hebben de crisis aangegrepen om sociale correcties te verzwakken en publieke diensten onder druk te zetten. ChatGPT zou het nochtans haarfijn kunnen reconstrueren…

De pensioenhervorming: afbraak van erkenning

Toch staat dit ondernemerschap in de publieke sector vandaag zwaar onder druk. Niet door een gebrek aan inzet, maar door beleidskeuzes die opgebouwde rechten uithollen. Het regeerakkoord voorziet voor het spoor:

  • de afschaffing van de preferentiële tantièmes (1/55, of 1/48 voor het rijdend personeel),
  • de neutralisering van de verhogingscoëfficiënt,
  • het optrekken van de pensioenleeftijd.

Voor velen is dat optrekken van de pensioenleeftijd simpelweg onhaalbaar, zeker met de huidige overgangsmaatregelen voor het spoorwegpersoneel. HR-Rail gaf zelf al aan dat de overgangsregeling in de praktijk “vrijwel onhaalbaar” is voor het rijdend personeel.

De zwaarte van operationele beroepen –shiften, rijdend personeel, werken in weer en wind – is nochtans goed gedocumenteerd. Onregelmatige uurroosters, nacht- en weekenddiensten, structureel personeelstekort, gemiste recuperatie, zware mentale en fysieke arbeid… ze eisen allemaal hun tol. Studies tonen aan dat onregelmatig werk de levensverwachting met tot 5 jaar verkort (studies Statbel (2019), OESO (2022)).

De pensioenhervorming houdt geen enkele rekening met deze realiteit. Deze ideologische kortzichtigheid is onmiskenbaar het resultaat van de vele netwerkrecepties bij VOKA en VBO – de vakbonden van de werkgevers.

Werkbaar werk: erken het ondernemerschap van elke spoorwegmedewerker

Het spoorwegpersoneel onderneemt elke dag. Dat doen ze met verantwoordelijkheid, vakmanschap en discipline – vaak ten koste van hun privéleven en gezondheid. Maar erkenning blijft uit, en wat rest zijn hervormingen die rechten afbreken en de werkdruk verder verhogen door de zoveelste reorganisatie.

Tegelijk verwijzen beleidsmakers graag naar de productiviteit van Scandinavische landen. Wat ze er niet bij vertellen: daar gaat hogere productiviteit samen met een betere werk-levensbalans, kortere werkweken, meer autonomie en een sterke sociale bescherming. Dáár ligt de sleutel, niet in het oprekken van pensioenleeftijden of het uithollen van opgebouwde rechten. Onze rode draad is duidelijk: werkbaar werk moet centraal staan. Als samenleving moeten we kiezen voor een spoor dat mensen toelaat hun job met fierheid en inzet te doen, zonder kapot te gaan vooraleer ze van hun pensioen kunnen genieten.

Günther Blauwens